Documentatie Mobiliteitsscan

Kies Uitgangssituatie

In onderstaande lijst ziet u de beschikbare referentiescenarios. Kies het scenario wat u wilt raadplegen. Als u maatregelen gaat invoeren dan maakt u op basis van het gekozen referentiescenario een nieuw scenario.

Analyse

Met deze functie kunt u het referentiescenario bekijken. Verkeerskundige, ruimtelijke en milieukundige gegevens en indicatoren worden gepresenteerd.

Reistijdisochronen auto en ov

Deze kaart laat met kleuren zien wat de reistijd is naar de door u geselecteerde locatie. U ziet in een oogopslag vanuit welke windrichting de bereikbaarheid goed of juist niet goed is. Als er veel mensen wonen in het corridor die slecht is verbonden met de door u geselecteerde locatie, krijgt u wellicht ideeën over maatregelen die zouden kunnen leiden tot een betere bereikbaarheid voor deze groep.

Bron van de autoreistijden is de snelste route over het netwerk van het onderliggend verkeersmodel.

Bron van de ov-reistijden is de reistijdenmatrix van het onderliggend verkeersmodel mits beschikbaar. Als dat niet beschikbaar is wordt teruggevallen op de reistijdentabel tussen postcodegebieden uit het Nationaal VerkeersModel van Goudappel Coffeng.

Reistijdisochronen fiets

Klik eerst op een wegvak en vervolgens op berekenen om een keert te zien.

Deze kaart laat zien wat de reistijd is per fiets over het wegennet. Zo kunt u zien welke wijken in uw regio of gemeente een te grote reistijd hebben naar relevante bestemmingen. Denk daarbij aan het gemeentehuis of bibliotheek.

Bron van de fietstijden is de kortste route over het hele wegennet (behalve snelwegen), waarbij van een fietstijd van 15 km/uur wordt uitgegaan.

Ontplooiingsmogelijkheden

Deze kaart laat het aantal arbeidsplaatsen zien dat inwoners van de door u geselecteerde regio binnen redelijke reistijd (30/45 minuten, auto/OV) kunnen bereiken. Sommige mensen kunnen relatief veel arbeidsplaatsen bereiken, anderen relatief weinig. Deze kaart biedt inzicht in de mate waarin inwoners van de regio in gelijke mate toegang tot werkgelegenheid hebben. Het opheffen van te grote verschillen (bijvoorbeeld door beter OV of een nieuwe wegverbinding)is een mogelijk beleidsdoel. Bij het maken van de kaart is geen onderscheid gemaakt in het type arbeidsplaatsen.

Economische potenties

Deze kaart laat voor elke locatie in uw regio het aantal inwoners zien dat deze locatie binnen redelijke reistijd (30/45 minuten, auto/OV) kan bereiken. Daarmee geeft de kaart een beeld van de concurrentiepositie van economisch belangrijke locaties. Op basis van deze kaart kunt u ook inschatten welke mogelijk nog niet ontwikkelde locaties "van nature" interessant zijn voor nieuwe economische ontwikkeling. Dit kan onverwachte inzichten opleveren. Soms kan blijken dat dit locaties zijn waar u deze ontwikkeling juist niet wilt. Daarmee is deze kaart ook handig bij het maken van beleidsplannen die zijn gericht op het behoud van natuurwaarden.

Dekking ov-haltes

Deze kaart laat de dekkingsgraad zien van openbaar vervoer haltes. De kaart laat zien waar gebieden liggen die nog niet goed ontsloten zijn met het openbaar vervoer. Een bushalte heeft een dekking van 200 meter voor wandelaars en 400 meter voor fietsers. Een treinstation heeft een dekking van 500 meter voor wandelaars en een kilometer voor fietsers. Een treinstation waar een intercity stopt heeft een dekking van 750 meter voor wandelaars en 1,5 kilometer voor fietsers. Bron: Nationaal VerkeersModel van Goudappel Coffeng

Bevolkingsdichtheid

Deze kaart laat het aantal inwoners zien per hectare. Zo krijgt u een indruk van de spreiding van inwoners in uw regio. In combinatie met bijvoorbeeld kaarten met reistijdisochronen kunt u zien of het zinvol is om deelgebieden een betere bereikbaarheid te geven.

Bron: CBS

Reistijdverhouding

Deze kaart laat voor het door u geselecteerde gebied zien vanuit welke deelgebieden in en buiten uw regio het openbaar vervoer een concurrerende reistijd heeft met de auto (vf factor). Soms is een goede concurrerende reistijd te danken aan een snelle OV verbinding, soms aan de grote vertraging die automobilisten ondervinden.

De bron van de reistijden het Nationaal VerkeersModel van Goudappel.

Afstandsverdeling

Voor twee afstandsklassen (verplaatsingen tot 3 km en tot 7,5 km)wordt aangegeven welk aandeel van het totaal aantal verplaatsingen uit het geselecteerde gebied verplaatsingen binnen deze afstandsklassen zijn.

Modal split op relatie

Met dit rekenprogramma krijgt u een indruk van het gebruik van de modaliteiten auto, openbaar vervoer en fiets voor door u geselecteerde herkomsten en bestemmingen. Bron van dit rekenprogramma is het gemiddeld gedrag van de Nederlander. Door reistijden handmatig te wijzigen ziet u of het zin heeft om te investeren in OV en/of fiets. Ook kunt u een indruk krijgen van het effect van het bemoeilijken van parkeren. Daarvoor zult u zelf moeten inschatten welke mogelijkheden u daarvoor in de praktijk heeft en hoe een toename van loopafstanden of tarieven door de automobilist vertaald wordt in een toename van de reistijd per auto.

P+R (overstap auto -> ov)

Met deze module kunt u de kansrijkheid verkennen van een P+R locatie. De scan vraagt u de locatie aan te wijzen en tevens om het gebied te omcirkelen dat door de P+R bediend zal worden. De scan zal bij de berekening twee reistijden vergelijken. Namelijk die van de volledige reis per auto tot aan de eindbestemming en die van de reis die nabij de eindbestemming wordt voortgezet met het OV. Om deze vergelijking te maken heeft de scan een aantal aanvullende gegevens nodig. Zoals de tijd die voor de reis per auto nodig is voor het zoeken naar een parkeerplaats en voor het lopen van parkeerplaats naar eindbestemming. Ook vraagt de scan om de reistijd per OV tussen P+R en de omcirkelde eindbestemmingen. Deze kunt u invullen, bijvoorbeeld 10 minuten, maar u kunt daarvoor ook de OV-reistijden gebruiken uit het Nationaal Model (dan vinkt u 'modeltijden' aan, waarna u in het schermpje daarboven de snelste en traagste reistijd ziet naar de eindbestemming binnen het omcirkelde gebied). Deze modeltijden zijn zinvol in een situatie waarbij u de P+R op een plek legt die al goed met het OV is ontsloten.

Door te varieren met de invoerwaarden krijgt u een gevoel voor de kansrijkheid van een P+R op de door u aangewezen locatie.

Een tool om u te helpen een kansrijke locatie te vinden is de selected cordon analyse (zie onder verkeer). Door bijvoorbeeld een binnenstad te omcirkelen en om een selected cordon toedeling te vragen, ziet u snel langs welke radialen het meeste autoverkeer de stad benadert.

Pendelbus (overstap ov -> ov)

Pendelbus (overstap ov -> ov)

Ritgeneratie

Aantal aankomsten/vertrekken per zone. Hierdoor krijgt u een indruk van de bijdrage van zone/locaties aan de totale mobiliteit in uw regio.

Spinnenweb ritten

Het aantal verplaatsingen met een door de gebruiker op te geven minimum en maximum afstand tussen de zones worden in de vorm van een spinnenweb gepresenteerd. Alleen verbindingen met meer verplaatsingen dat door de gebruiker opgegeven ondergrens worden getoond.

Verplaatsingen vanuit of naar een specifiek gebied

De dikte van de blauwe lijnen zijn een maat voor de omvang van het verkeer vanuit het geselecteerde gebied, de dikte van de lichtblauwe lijnen zijn een maat voor het verkeer naar het geselecteerde gebied toe.

Aan het einde van deze lijnen geeft een rode bol aan waar de verplaatsingen eindigen. De dikte van deze bol representeert het aantal autoritten daar naartoe.

Geluid

Indien er een verkeersmilieukaart aanwezig is voor het model, dan kunt u hier per wegvak een geluidsberekening doen.

Emissie CO2 (schakel)

Deze kaart laat voor elke wegvak zien hoeveel kilogram CO2 het verkeer uitstoot. Deze uitstoot is in de eerste plaats afhankelijk van het aantal auto's dat over de weg rijdt, maar ook het aandeel vrachtverkeer en de kwaliteit van de doorstroming bepalen de uitstoot.

Emissie CO2 (zone)

De emissie van aankomende en vertrekkende ritten uit deze zone.

Emissie PM10 en NOx

Deze kaart laat voor elk wegvak zien hoeveel gram PM10/NOx het verkeer uitstoot. Deze uitstoot is in de eerste plaats afhankelijk van het aantal auto's dat over de weg rijdt, maar ook het aandeel vrachtverkeer en de kwaliteit van de doorstroming bepalen de uitstoot. De rekenregels die hiervoor worden gebruikt zijn dezelfde als in de Saneringstool van VROM.

Effect verandering samenstelling verkeer op schakels

Met dit rekenprogramma kunt u zien of het zin heeft om de samenstelling van het verkeer te wijzigen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook kunt u kijken of de eventuele congestie op het wegvak effect heeft op de luchtkwaliteit.

Klik daartoe op de kaart om het wegvak aan te wijzen waarvan u de emissies wilt analyseren. Wijzig vervolgens de samenstelling van het verkeer en de mate van congestie.

Hiervoor geeft u aan welk aandeel van het verkeer (binnen de periode) last heeft van zware vertraging (jamfactor). Als 80% van alle voertuigen last heeft van zware vertraging, dan zet u de jamfactor op 0.8. Voor deze 80% van de voertuigen wordt gerekend met de snelheidsklasse "d" (de voor emissies slechtste klasse, zie hieronder).

Voor de resterende voertuigen (in het voorbeeld 20%) geeft u de snelheidsklasse op:

  • a Typisch snelwegverkeer, een gemiddelde snelheid van ongeveer 65 km/h, gemiddeld ca. 0.2 stops per afgelegde kilometer.

  • b Typisch buitenwegverkeer, een gemiddelde snelheid van ongeveer 60 km/h, gemiddeld ca. 0.2 stops per afgelegde kilometer.

  • c Typisch stadsverkeer met een redelijke mate van congestie, een gemiddelde snelheid tussen de 15 en 30 km/h, gemiddeld ca. 2 stops per afgelegde kilometer.

  • d Stadsverkeer met een grote mate van congestie, een gemiddelde snelheid kleiner dan 15 km/h, gemiddeld ca. 10 stops per afgelegde kilometer.

  • e Stadsverkeer met een relatief groter aandeel "free-flow" rijgedrag, een gemiddelde snelheid tussen de 30 en 45 km/h, gemiddeld ca. 1.5 stop per afgelegde kilometer.

U ziet welke effecten dit heeft voor de emissies. Daarmee is nog niet vastgesteld of de concentratie significant afneemt. Om dat uit te rekenen kunt u een uitstapje maken naar de Saneringstool of Webbased CAR

Intensiteit

Deze kaart laat voor elk wegvak het aantal voertuigen zien in de periode passend bij het referentiescenario.

Aandeel korte ritten

Aandeel korte autoritten (< 5km hemelsbreed) in verhouding tot het totaal aantal autoritten op deze weg.

Toedeling van korte ritten

Absoluut aantal korte autoritten (< 5km hemelsbreed) op het autonetwerk

Snelheid

In deze scan worden de routes bepaald door de snelheid op wegvakken, waarin de kruispuntvertragingen (wachttijden) verwerkt zijn.

De scan kent voor elk wegvak twee snelheden:

1. een snelheid die gereden kan worden tijdens daluren;

2. een snelheid die past bij de door u geselecteerde spitsperiode, dus inclusief mogelijke vertraging door drukte en op kruispunten.

Voor de toedeling (bepalen routes voor de ritten) wordt verondersteld dat de helft van het verkeer een route kiest waarbij ze zich niets aantrekt van drukte of vertragingen en de andere helft hier wel rekening mee houdt.

In modeltermen wordt dus voor de helft van het verkeer freeflow-snelheid (snelheid tijdens daluren), zonder kruispuntvertraging gebruikt en voor de andere helft de snelheid voor de geselecteerde spitsperiode plus de kruispuntvertragingen.

Selected link

Klik op een wegvak om te zien voor welke herkomsten en bestemmingen dit wegvak een logisch onderdeel is van de verplaatsing.

Het kaartbeeld laat alleen verkeer zien dat gebruik zou willen maken van dit wegvak in een scenario waarbij er geen vertraging is op delen van het netwerk.

De getoonde intensiteiten kunnen hoger zijn dan de capaciteit van het wegvak. De selected link analyse een handig middel om na te gaan welke herkomt- bestemmingsrelaties een bijdrage leveren aan het ontstaan van knelpunten.

De getoonde intensiteit van het wegvak kan ook lager zijn dan waargenomen intensiteiten. Waarschijnlijk wordt het wegvak dan gebruikt als sluiproute om andere overbelaste delen van het wegennet te vermijden. Met deze analyse krijgt u dus een indruk van de routes die mensen zouden willen gebruiken voor diverse herkomst- bestemmingsrelaties.

Mogelijk dat u op basis van dit kaartbeeld kansen ziet voor andere routes of voor andere modaliteiten. Deze kansen kunt u verkennen door snelheden aan te passen of door veronderstellingen te doen over reistijden per fiets of openbaar vervoer.

Selected zones (cordon)

Met deze tool kunt u het verkeer op het netwerk toedelen dat vanuit een zone vertrekt.

Kruispuntvertragingen

Gemiddelde wachttijd op het kruispunt in seconden in de ochtendspits. Informatie over kruispuntvertragingen is ingelezen uit de door u (of de beheerder van de scan in uw regio) aangegeven bron. Kruispuntvertragingen kunt u niet aanpassen in deze versie van de scan. Het effect van een verandering van kruispuntvertragingen kunt u simuleren door de wegvaksnelheden aan te passen.

Intensiteit/capaciteit

Deze kaart toont de verhouding tussen intensiteit (verkeersbelasting) en de capaciteit van het wegvak. De I/C verhouding voor de drukste rijrichting wordt gepresenteerd. Over wegvakken met een I/C-verhouding groter dan 1 wil meer verkeer rijden dan praktisch mogelijk is. In de werkelijkheid zal de snelheid op deze wegvakken door dit hoge aanbod lager zijn en zal congestie ontstaan waardoor andere routes aantrekkelijker worden. Dit effect wordt in de scan niet meegenomen.

Bij het invoeren van maatregelen kunt u desgewenst de snelheid op te drukke wegvakken naar beneden aanpassen.

Capaciteit

Het maximaal aantal voertuigen dat per uur over het wegvak kan rijden.

Maatregelen

Hier zijn een aantal tools om via ruimtelijke ingrepen, mobiliteitsmanagement, verkeersmanagement en infrastructurele maatregelen invloed op het verkeer te nemen, inzicht te krijgen in de directe effecten en om die effecten vervolgens voor het verkeersbeeld met een simpel verkeersmodel door te rekenen.

Nieuwe bedrijven toevoegen

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoonpolygoon om de gebieden waar u nieuwe bedrijven wilt toevoegen. Op basis van de kenmerken die u toekent aan dit bedrijf (bedrijven) berekent de scan het aantal aankomsten en vertrekken per auto. Daarbij gebruikt de scan gemiddelde waarden voor Nederland uit Verkeersgeneratie.nl. U kunt zelf het rekenresultaat overschrijven. De gegenereerde ritten worden vervolgens verdeeld over heel Nederland. 50% volgens een zwaartekrachtmodel (dichtbij meer, ver weg minder en grote bestemmingen meer en kleine bestemmingen minder) en 50% volgens de huidige verdeling van naburige zones.

Nieuwe voorzieningen toevoegen

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u nieuwe functies wilt toevoegen. Op basis van de kenmerken die u toekent aan deze voorziening (-en) berekent de scan het aantal aankomsten en vertrekken per auto. Daarbij gebruikt de scan gemiddelde waarden voor Nederland uit Verkerersgeneratie.nl. U kunt zelf het rekenresultaat overschrijven. De aankomsten en vertrekken worden vervolgens gekoppeld aan andere gebieden. Daarbij krijgen de dichtbij en intensief bebouwde gebieden relatief meer ritten toegewezen dan gebieden die verder weg liggen.

Nieuwe woningen toevoegen

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u nieuwe woningen wilt toevoegen. Op basis van de kenmerken die u toekent aan het woongebied, berekent de scan het aantal aankomsten en vertrekken per auto. Daarbij gebruikt de scan gemiddelde waarden voor Nederland. U kunt zelf het rekenresultaat overschrijven. De aankomsten en vertrekken worden vervolgens gekoppeld aan andere gebieden. Daarbij krijgen de dichtbij en intensief bebouwde gebieden relatief meer ritten toegewezen dan gebieden die verder weg liggen.

Maak objecten binnen zone aan

Hiermee kunnen bepaalde functies binnen een gebied samengevat worden tot een object dat vervolgens verplaatst kan worden.

Verschuif object

U kunt hier de locatie van een verkeersgenererend object aanpassen.

Objecten zijn de generieke objecten (wijken en buurten, gemeentes en provincies), maar ook door uzelf gedefinieerde objecten zoals ziekenhuizen of bedrijventerreinen.

U kunt een object verschuiven om de plek op de kaart waar het aan het netwerk wordt aangetakt (voedingslink) te veranderen. In dat geval verschuift u het object maar over een kleine afstand.

U kunt ook kiezen een (afgesplitst) object over een grotere afstand te verschuiven en daarmee op een heel andere plak aan het netwerk aan te takken. Hiermee simuleert u een reallocatie van het object. Alle ritten van en naar dit object toe worden dan 'meegenomen' naar de nieuwe locatie.

Klik op een van de objecten in de kaart.

Reductie van het autogebruik

Hiermee kan taakstellend voor een deelgebied het aantal aankomsten en/of vertrekken met de auto worden aangepast. Klik daartoe op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden te selecteren waar u het autogebruik wilt veranderen.

Parkeerbeleid

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u het parkeerbeleid wilt veranderen.

Op zoek naar de parkeerbalans? Gebruik dan de functionaliteit om nieuwe bedrijven, voorzieningen of woningen toe te voegen en kies daar parkeerbalans.

Verbeteren Openbaar Vervoer

Wijs met de werktuigen rechtsboven de deelgebieden aan die deel uitmaken van de corridor waarbinnen u het effect wilt verkennen van een verbetering van het openbaar vervoer. Door vervolgens de reistijd aan te passen ziet u wat dit waarschijnlijk zal betekenen voor de vervoerwijzekeuze tussen de deelgebieden onderling. De berekening gebruikt functies die empirisch zijn afgeleid uit het MON (mobiliteitsonderzoek Nederland), waarbij 50.000 Nederlanders ieder jaar naar hun daadwerkelijk mobiliteitsgedrag op een dag gevraagd worden.


Mocht u willen zien in welke mate een verandering leidt tot andere verkeersintensiteiten en emissies klikt u op berekenen en bekijkt u de kaarten die u interessant vindt.

Aanpassen aandeel vrachtverkeer

Klik op een of meerdere schakels of teken een polygoon om de schakels waar u het vrachtverkeer wilt veranderen. Mocht u willen zien in welke mate een verandering leidt tot andere verkeersintensiteiten en emissies, klikt u op berekenen en bekijkt u de kaarten die u interessant vindt.

Stimuleren van telewerken

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u telewerken als maatregel wilt toepassen. Dit zal tot gevolg hebben dat er minder autoverkeer van en naar deze gebieden zal gaan.

Sluiten van taakstellend convenant

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u een convenant voor reductie autogebruik wilt invoeren.

Uitvoeren van fietsprogramma

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u een fietsprogramma wilt introduceren.

Stimuleren van carpoolen/vanpoolen

Klik op een of meerdere gebieden of teken een polygoon om de gebieden waar u carpoolen als maatregel wilt toepassen.

Verbeteren van doorstroming

Klik op een of meerdere schakels of teken een polygoon om de schakels waar u de mate van congestie wilt veranderen. De veronderstelling hierbij is wel dat de wegvaksnelheden die de scan gebruikt passen bij een congestiesituatie. Een voorbeeld verduidelijkt de werkwijze. Voor een wegvak waar men in daluren 50 km/uur kan rijden is in de scan 25 km/uur ingelezen. Op die manier is rekening gehouden met vertraging door een te geringe capaciteit van het wegvak of het benedenstrooms gelegen kruispunt of weefvak. Om het effect van het verruimen van de capaciteit te verkennen kunt u die 25 km/uur ophogen.

Veranderen van wegvaksnelheid/capaciteit

Hiermee kunt u de snelheid van wegvakken veranderen.

In deze scan worden de routes bepaald door de snelheid op wegvakken, waarin de kruispuntvertragingen (wachttijden) verwerkt zijn.

De scan kent voor elk wegvak twee snelheden:

1. een snelheid die gereden kan worden tijdens daluren;

2. een snelheid die rekening houdt met de drukte past bij de door u geselecteerde spitsperiode, dus inclusief mogelijke vertraging. Alleen deze snelheid kunt u hier veranderen.

Voor de toedeling (bepalen routes voor de ritten) wordt verondersteld dat de helft van het verkeer een route kiest waarbij ze zich niets aantrekt van drukte of vertragingen en de andere helft hier wel rekening mee houdt.

In modeltermen wordt dus voor de helft van het verkeer freeflow-snelheid (snelheid tijdens daluren), zonder kruispuntvertraging gebruikt en voor de andere helft de snelheid voor de geselecteerde spitsperiode plus de kruispuntvertragingen.

Bij een toename van verkeer zal de vertraging toenemen. Andersom, zal bij een afname van verkeer of een toename van de wegvakcapaciteit (en capaciteit van kruispunten) de vertraging afnemen. U kunt het effect van deze nieuwe (of opgeloste knelpunten) zelf verwerken door de wegvaksnelheden aan te passen.

De toe- of afname van wegvakintensiteiten als gevolg van de door u doorgevoerde wijziging van de snelheid op wegvakken kunt u op twee manieren laten berekenen:

1. door te veronderstellen dat er geen vertraging is en dat iedere automobilist voor de snelste route kiest. Deze methode is erg inzichtelijk omdat het de routes laat zien die automobilisten zouden kiezen als er geen ander verkeer zou zijn. Nadeel van deze methode is dat alternatieve (sluip)routes niet in beeld komen.

2. Door rekening te houden met vertraging. In dat geval berekent de scan ook de routes ook op basis van wegvaksnelheden die passen bij de (spits)periode. In werkelijkheid zullen automobilisten routes blijven rijden die passen bij 1. Vandaar dat de scan bij deze keuze het gemiddelde laat zien van deze twee berekeningen.

Het is in deze versie van de scan nog niet mogelijk de snelheid per rijrichting op te geven. Dit houdt in dat een verlaging van de snelheid als gevolg van toegenomen congestie, automatisch ook leidt tot een verlaging van de (niet vertraagde) tegenrichting. Voor het verkennen van het effect van een maatregel zal dit echter niet belangrijk zijn.

Instellen van inrijverbod

Bestaande inrijverboden zijn uit het gebruikte verkeersmodel overgenomen en vertaald in een snelheid 0 voor de betreffende rijrichting. Het is in deze versie van de scan nog niet mogelijk de snelheid per rijrichting op te geven.

Nieuwe wegen toevoegen

Gebruik de tools
 
om een nieuwe weg in te tekenen. Klik eerst op het begin van de lijn, dan op de volgende punt etc. en dubbelklik als u klaar bent.
 
om een al ingetekende weg te editen of de kaart te verschuiven

Nieuwe ov verbinding toevoegen

Het verkennen van verbeteringen in het Openbaar Vervoer kan in de scan op twee manieren worden aangepakt.


1. kijkend naar gebieden of corridors


2. invoeren van een nieuwe lijn


Deze OV modules in de Mobiliteitsscan richten zich op de belangrijkste effecten van een verbetering OV relaties. Dit zijn de lokale grote stromen en de verplaatsingen waarbij het lokale OV wordt gebruikt als voor/natransport voor regionale en nationale verplaatsingen. De scan maakt daarom gebruik van het Nationaal Verkeersmodel. De haltes die de scan toont zijn dan ook de haltes die in dit model zijn opgenomen. Voor heel Nederland zijn dit er 6000. Daarvoor zijn alle stations geselecteerd + per postcodegebied de halte waar de meeste bussen stoppen mensen in- en uitstappen. Zo is een landsdekkend netwerk verkregen en kan met de Mobiliteitsscan worden berekend hoe een verbetering van het openbaar vervoer doorwerkt op regionale en nationale schaal. Niet alleen in de reistijd, maar ook in aantallen reizigers.


De getoonde halten zijn met zogenaamde ‘voedingslinks’ verbonden met het zwaartepunt van elke woon- en werklocatie (de modelzones) in de scan.



De scan is dus niet bedoeld om een fijnmazig gebiedsdekkend busnetwerk te ontwerpen.



1. het effect van reistijdwinst in een corridor of deelgebied (zie bij analyse)


2. Het effect van een nieuwe lijn


De scan rekent eerst het invloedsgebied uit van de nieuwe lijn en vervolgens vanuit elke locatie (lokale modelzone) de nieuwe reistijden naar alle zones binnen het invloedsgebied van de lijn en naar alle stations in het studiegebied (vaak is dit alleen het centrale station). Van de verbeterde reistijden naar de stations wordt het gemiddelde genomen en vervolgens verondersteld dat dit de reistijdwinst is naar alle postcodes uit het Nationale Verkeersmodel (dus ook de zones binnen het studiegebied/gemeente). Op die manier kan het effect op reistijden en modal split worden berekend voor de lokale, regionale en nationale verplaatsingen. De scan vergeet hiermee een mogelijke reistijdwinst via een overstap op een andere lokale lijn. Deze omissie is acceptabel, gegeven de voorwaarden van snelle responstijden.



Nieuwe lijnen kunnen alleen getekend worden tussen deze selectie aan haltes. Voor de reistijdberekening zijn de volgende aannamen gedaan:


Gebruik de tools

 
om een nieuwe ovroute in te tekenen. Klik eerst op het een halte, dan op de volgende halte etc. en dubbelklik als u klaar bent.
 
om een al ingetekende route te editen of de kaart te verschuiven
Een rode knoop is een knoop die nog niet aangesloten is, verplaats deze knoop naar een bestaande halte om een aansluiting te maken.


De haltes die getoond worden zijn een selectie uit het Nationaal Verkeers Model.

Nieuwe lijnen kunnen alleen getekend worden tussen deze selectie aan haltes. Op deze manier blijven de rekentijden acceptabel. De nieuw ingetekende ov route wordt toegevoegd aan het Nationaal Verkeers Model. Het verschil in reistijd dat dit oplevert wordt van de reistijden uit het lokale ovmodel afgehaald.

De volgende aannames zijn gedaan:

Als afstand is de hemelsbrede afstand tussen de haltes genomen.
Er is geen rekening gehouden met tussenliggende stops.
snelheidhalteertijd
intercity130km/uur2 minuten
stoptrein70km/uur2 minuten
metro70km/uur2 minuten
tram40km/uur2 minuten
bus35km/uur1 minuut
+
Wachttijd = halve frequentie met max van 8 minuten
(voorbeeld: een frequentie van 4 x per uur levert een wachttijd op van 7,5 minuten)

Vrij veld voor visualisatie

Met deze tool kan je wegen kleuren om bijvoorbeeld verschillen in varianten weer te geven. Selecteer de wegen die je wilt visualiseren en geef ze een nummer tussen de 1 en de 5.

Effecten

In dit deel van de scan worden uw maatregelen doorgerekend en kunt u de verkeerseffecten op uw van uw maatregelen beoordelen aan de hand van een aantal indicatoren. De door u geselecteerde set aan maatregelen (variant) zal als input dienen voor een doorrekenen in het verkeersmodel.

Isochronen auto

De afstand in reistijd vanuit bepaalde zone.

Voor de analyse bijzonder interessant zijn de verschil-isochronen die laten zien welk gebied vanuit een bepaald vertrekpunt 'in de schaduw' (in bereik) van de maatregel ligt.

Isochronen ov

De afstand in reistijd vanuit bepaalde zone.

Voor de analyse bijzonder interessant zijn de verschil-isochronen die laten zien welk gebied vanuit een bepaald vertrekpunt 'in de schaduw' (in bereik) van de maatregel ligt.

Ontplooiingsmogelijkheden auto

Deze kaart laat het aantal arbeidsplaatsen zien dat inwoners van de door u geselecteerde regio binnen redelijke reistijd (30 minuten) kunnen bereiken. Sommige mensen kunnen relatief veel arbeidsplaatsen bereiken, anderen relatief weinig. Deze kaart biedt inzicht in de mate waarin inwoners van de regio in gelijke mate toegang tot werkgelegenheid hebben. Het opheffen van te grote verschillen (bijvoorbeeld door beter OV of een nieuwe wegverbinding)is een mogelijk beleidsdoel. Bij het maken van de kaart is geen onderscheid gemaakt in het type arbeidsplaatsen.

Ontplooiingsmogelijkheden ov

Deze kaart laat het aantal arbeidsplaatsen zien dat inwoners van de door u geselecteerde regio binnen redelijke reistijd 45 minuten) kunnen bereiken. Sommige mensen kunnen relatief veel arbeidsplaatsen bereiken, anderen relatief weinig. Deze kaart biedt inzicht in de mate waarin inwoners van de regio in gelijke mate toegang tot werkgelegenheid hebben. Het opheffen van te grote verschillen (bijvoorbeeld door beter OV of een nieuwe wegverbinding)is een mogelijk beleidsdoel. Bij het maken van de kaart is geen onderscheid gemaakt in het type arbeidsplaatsen.

Economische potenties auto

Deze kaart laat voor elke locatie in uw regio het aantal inwoners zien dat deze locatie binnen redelijke reistijd (30 minuten) kan bereiken. Daarmee geeft de kaart een beeld van de concurrentiepositie van economisch belangrijke locaties. Op basis van deze kaart kunt u ook inschatten welke mogelijk nog niet ontwikkelde locaties "van nature" interessant zijn voor nieuwe economische ontwikkeling. Dit kan onverwachte inzichten opleveren. Soms kan blijken dat dit locaties zijn waar u deze ontwikkeling juist niet wilt. Daarmee is deze kaart ook handig bij het maken van beleidsplannen die zijn gericht op het behoud van natuurwaarden.

Economische potenties ov

Deze kaart laat voor elke locatie in uw regio het aantal inwoners zien dat deze locatie binnen redelijke reistijd (30 minuten) kan bereiken. Daarmee geeft de kaart een beeld van de concurrentiepositie van economisch belangrijke locaties. Op basis van deze kaart kunt u ook inschatten welke mogelijk nog niet ontwikkelde locaties "van nature" interessant zijn voor nieuwe economische ontwikkeling. Dit kan onverwachte inzichten opleveren. Soms kan blijken dat dit locaties zijn waar u deze ontwikkeling juist niet wilt. Daarmee is deze kaart ook handig bij het maken van beleidsplannen die zijn gericht op het behoud van natuurwaarden.

Vertrekkende autoritten

Het aantal vertrekkende autoritten per zone

Aankomende autoritten

Het aantal aankomende autoritten per zone

Verplaatsingen vanuit een gebied

De donkerblauwe lijnen geven het verkeer vanuit de geselecteerde zone aan, de lichtblauwe het verkeer naar de geselecteerde zone toe.

Aan het einde van deze lijnen geeft een rode bol de bestemmingszone aan. De dikte van deze bol representeert het aantal autoritten daar naartoe.

Emissies NOx

Deze kaart laat de emissies NOx zien voor elk wegvak. De berekening is uitgevoerd op basis van intensiteiten en de kwaliteit van de doorstroming. De rekenmethode is dezelfde als wordt gebruikt in de Saneringstool. In een volgende versie van de scan krijgt u de mogelijkheid om met de Saneringstool de effecten op concentraties uit te rekenen.

Emissies PM10

Deze kaart laat de emissies PM10 zien voor elk wegvak. De berekening is uitgevoerd op basis van intensiteiten en de kwaliteit van de doorstroming. De rekenmethode is dezelfde als wordt gebruikt in de Saneringstool. In een volgende versie van de scan krijgt u de mogelijkheid om met de Saneringstool de effecten op concentraties uit te rekenen.

Emissies CO2 per schakel

Deze kaart laat de emissies CO2 zien voor elk wegvak. De berekening is uitgevoerd op basis van intensiteiten en de kwaliteit van de doorstroming. De rekenmethode is dezelfde als wordt gebruikt in de Saneringstool.

Emissies CO2 per gebied (vertrekkend)

Emissies CO2 per gebied voor vertrekkend verkeer

Emissies CO2 per gebied (aankomend)

Emissies CO2 per gebied voor aankomend verkeer

Wegvakintensiteit

Deze kaart laat voor elk wegvak het totaal aantal voertuigen zien voor de betreffende periode van de dag (bijvoorbeeld avondspitsuur 2020). Vrachtauto’s zijn daarbij als twee personenauto’s meegeteld. Ten opzichte van het uitgangsscenario zijn de intensiteiten alleen gewijzigd op wegvakken die in het invloedsgebied liggen van een door u genomen maatregel. Om deze gewijzigde intensiteiten te berekenen heeft de scan voor elke verplaatsing eerst logische routes berekend tussen elke herkomst en bestemming. De scan doet dit voor zowel het uitgangsscenario als voor het scenario met uw maatregel(en). De toe- en afnames van intensiteiten zijn opgeteld/afgetrokken van de intensiteiten die u heeft ingevoerd uit een externe bron (en die mogelijk zijn aangepast door de beheerder van de scan in uw regio).

Terugkoppeling overbelasting

Een toe- of afname van verkeer leidt tot andere wegvaksnelheden, waarna andere wegvaksnelheden weer leiden tot andere (sluip)routes en dus opnieuw tot andere intensiteiten, etc... Klassieke modellen zoeken naar een evenwichtssituatie. De scan doet dat niet automatisch, maar biedt de mogelijkheid nieuwe snelheden te berekenen via twee methoden:
De eerste doet dat op een manier die vergelijkbaar is met die van de klassieke modellen. Namelijk op basis van de mate waarin de capaciteit van wegvakken wordt benadert (of overschreden). Hiervoor wordt een formule toegepast die enerzijds de intensiteits/capaciteitsverhouding gebruikt (tot ca. 0.8 is er geen snelheidseffect, bij benadering en bij overschrijding van 1 is er juist een sterke verhoging van de snelheid) en anderzijds rekening wordt gehouden met al bestaande afwikkelingsproblemen (als de uitgangssituatie al kritiek was, dus een duidelijk lagere belaste snelheid dan freeflow, voeren extra auto's tot een forse verlaging van de snelheid, terwijl omgekeerd extra auto's geen tot nauwelijks effect hebben als in de uitgangssituatie nog voldoende restcapaciteit was). Dit geldt omgekeerd ook voor een verlaging van de intensiteit. Deze methode heeft het nadeel dat wegvakcapaciteiten moeten zijn ingelezen, deze zijn niet altijd beschikbaar. Een belangrijker nadeel is dat het meestal niet de wegvakcapaciteiten zijn die de bottleneck vormen, maar weefvakken en kruispunten.
De tweede methode kijkt uitsluitend naar het verschil tussen snelheden in een belaste/onbelaste situatie. Deze twee snelheden kunnen zijn ingelezen uit een bronmodel of uit waarnemingen. Bij een snelheidsverhouding die kleiner is dan 0,4 wordt verondersteld dat er een problematische doorstroming is. Een afname van de intensiteit leidt dan tot een behoorlijke toename van de snelheid (en andersom). Als de snelheidsverhouding groter is dan 0,6 wordt verondersteld dat een toe- of afname van verkeer niet zal leiden tot grote snelheidseffecten. Deze methode is goed toepasbaar bij relatief kleine intensiteitsveranderingen (rond de 10%). De aanpassingen worden in stapjes van 50 auto’s per keer gedaan om te voorkomen dat bij ‘grensgevallen’ de aanpassingen te groot worden. Tevens is de resulterende snelheid begrensd tot een minimumsnelheid van 5 km/uur en een maximale snelheid die niet hoger mag zijn dan de free flow snelheid. De defaults voor de snelheidsaanpassing per 10% intensiteitswijziging zijn gebaseerd op simulatieberekeningen voor stedelijke situaties. Deze defaults zijn overschrijfbaar. Als u afwijkt van de defaults wordt u gevraagd naar bronnen voor deze aanpassing.
Het is mogelijk om deze terugkoppeling meer dan een keer te herhalen.

Snelheden

Snelheid zoals u die bij het definieren van uw maatregelen zelf heeft gewijzigd/ingevoerd. De snelheid wordt niet herberekend bij verhoging of verlaging van verkeersdruk.

Intensiteit/capaciteit

Aantal berekende voertuigen gedeeld door capaciteit voor de drukste rijrichting.

Rode, paarse en blauwe wegvakken betekenen een overschrijden van de capaciteit en dus drastisch verlaagde snelheden.

Daardoor wordt in de realiteit een deel van het verkeer weer herverdeeld.

Dit effect (verlaging snelheden en herverdeling) wordt in deze scan niet automatisch bepaald. U kunt wel zelf handmatig lagere snelheden invoeren.

Consolideren

Door te consolideren kunt u een maatregelscenario gebruiken als nieuw uitgangsscenario om vervolgens weer maatregelen op te kunnen nemen en te vergelijken.

Het scenario verdijnt daarmee als maatregelscenario en verschijnt onder uw eigen uitgangssituaties. U kunt hiermee analyses doen, maar ook weer nieuwe maatregelen op nemen.

Vergelijkingen met/zonder maatregel hebben nu altijd betrekking op het geconsolideerde scenario en niet meer op de oorspronkelijke uitgangssituatie.

Als u de gecumuleerde effecten van meerdere maatregelen samen wilt bekijken, kunt u beter niet consolideren maar eerst een maatregel nemen, berekenen, resultaat bekijken terug gaan, tweede maatregel nemen, opnieuw berekenen, resultaat bekijken etc.

Wilt u hierin graag tussenstappen behouden, dan kunt u met de functie 'kopieren' telkens een nieuwe kopie aanmaken van uw scenario. Kopien blijven wel staan als scenario van uw uitgangssituatie en vergelijkingen blijven betrekking houden op de oorspronkelijke uitgangssituatie.